Samen
naar beter
Dat duurzaamheid nog altijd een hot topic moet zijn, blijkt wel uit de extreme temperaturen tijdens juni en juli 2026. Precies tussen twee hittegolven organiseerde Avansa Kempen een nieuwe TransLab Kampus. Op het programma: kennismaking met de schapen van KEMP vzw en de regeneratieve burgerboerderij Het Hele Land.
Net zoals het vorige TransLab K evenement over de Grondgenoten was deze editie uitverkocht. “Fijn dat er aandacht blijft voor thema’s rond duurzaamheid”, vindt Katrien van Avansa Kempen. “Toen we meer dan tien jaar geleden begonnen met TransLab K, wilden we duurzaamheid in de Kempen een boost geven met toffe, nieuwe projecten. Er waren al heel wat burgers druk bezig met hun eigen initiatieven. Daarom brengen we hen sindsdien een drietal keer per jaar samen voor een lerend netwerk.”
Precies dat was ook de bedoeling bij KEMP vzw in Mol. Die organisatie verzorgt zo’n 2.000 Kempense heideschapen, die in kuddes van 250 à 300 dieren natuurgebieden begrazen en zo meer biodiversiteit brengen. De missie van KEMP zit vervat in hun naam, legt directeur Maarten D’hondt uit. “K is voor Kultureelhistorisch, omwille van ons respect voor het Kempens landschap en schaap. We werken zo Ecologisch mogelijk. Maatschappelijk, omdat we graag mensen in ons verhaal betrekken. En het blijft natuurlijk een Project, want centen zijn nodig.”
Van 20 naar 2.000 schapen
Die centen komen op verschillende manieren binnen, maar in de eerste plaats via de dienstverlening van begrazingsopdrachten. “De schapen blijven maximum drie dagen ter plaatse en eten grassen die de overhand nemen. Zo krijgen kruiden en andere beplanting terug voldoende ruimte om te groeien. We hebben een zevental herders vast in dienst. Het merendeel van onze ongeveer zeventig klanten zijn overheidsinstellingen, zoals Natuurpunt en het Agentschap Natuur en Bos.”

KEMP vzw vierde in de lente haar 25ste verjaardag met vier Lammetjesdagen in het Prinsenpark in Retie. “Rond 2000 renoveerden we het wolwashuisje aan de Molse Nete en het pesthuisje in de abdij van Postel”, herinnert Maarten zich het prille begin. “Daar stonden we telkens met een kudde van twintig schapen. Zo ontstond het idee om niet alleen het stenen erfgoed te eren, maar ook het levend. Ondertussen hebben we 2.000 Kempense heideschapen, of 3.000 als we kijken naar onze negen partners in heel Vlaanderen.”
MOLWOL en lamsvlees
De heideschapen vormen het hart van de organisatie. “Een boer moet zorgen voor zijn vee. Daar gaat 95% van onze energie naartoe.” Vanuit die focus diversifieerde KEMP. “Zorgen voor meer biodiversiteit is onze voornaamste dienstverlening. Maar de schapen geven ons ook melk, wol, vlees.”
Elk jaar worden in juni de scheermessen bovengehaald bij KEMP. “Onze schapenwol is een hernieuwbare, milieuvriendelijke grondstof. Onder de merknaam MOLWOL verkopen we dekbedden en kussens.” In februari komen de lammetjes ter wereld. “In samenwerking met Keurslager Van Hoof in Mol verkopen we het vlees van de fokrammen waarvan we weten dat ze minder goede wol opleveren.”

Een mooi verhaal, maar er zijn ook uitdagingen. “We zijn een landbouwbedrijf dat natuur beheert. We passen in geen van beide hokjes perfect, maar moeten wel alle regels volgen. Voor ons vlees werken we bijvoorbeeld samen met een slachthuis in Nederland. Dat betekent dat we elk transport dienen te exporteren en weer importeren. En MOLWOL is een prachtig product, maar als we niet zelf voor de verkoop zorgen, is het in die competitieve markt niet rendabel.”
Natuur als perfect voorbeeld
Na Maartens boeiende uiteenzetting neemt boer Toon Cornelissen van Goed Geworteld de groep op sleeptouw doorheen Het Hele Land. “Met verschillende ondernemers werken we hier samen aan een regeneratieve burgerboerderij. Je kan het vergelijken met een multidisciplinaire praktijk. Ieder heeft kennis van zijn eigen vak en producten. Door die samen te brengen, vul je elkaar aan en versterk je elkaar.”

Regeneratief gaat nog een stap verder dan bio. Het uitgangspunt is ‘agroforestry’. “Het perfecte voorbeeld is de natuur zelf. In een bos vind je geen braakliggende grond, het regenwoud heeft ook geen kunstmest nodig. We willen de bodem, de ecologie en het leven op en onder het veld herstellen.” Voor dat ambitieuze doel verenigden de ondernemers zich in de coöperatieve vennootschap Het Hele Land.
In primeur: de hoevewinkel
De eerste stop tijdens de rondleiding is symbolisch: aangezien het meststoffenlokaal van de boerderij niet meer gebruikt wordt, zijn hier de nagelnieuwe hoevewinkel en maalderij gevestigd. De blikken worden er automatisch getrokken naar het rek met artikelen van MOLWOL. “De afspraak is dat de aangesloten producenten eerst de hoevewinkel bevoorraden, met het surplus mogen ze doen wat ze willen.” Aan de andere kant van de ruimte staat een indrukwekkende houten graanmolen. In de stal ernaast wordt graan, gekweekt door landbouwers in de omgeving, gesorteerd en geborsteld.

Een deel van de grond van Het Hele Land ligt langs de Borgerhoutsendijk. “Ooit was dit een dennenbos, er is een vijver geweest, en de laatste jaren werd het gebruikt voor landbouw”, vertelt Toon. “De vorige boer heeft het terrein een halve meter laten ophogen. Daardoor ontstond een bijna ondoordringbare compactielaag. Die is nefast voor een gezonde, levende bodem. Daarom gaan we die laag doorboren door de grond open te snijden, dus niet te ploegen, en diepwortelende planten te laten groeien.”
Ballet tussen mens, hond en kudde
Achter de schapenstallen, waar binnen enkele jaren hopelijk fruit- en notenbomen komen zo ver het zicht reikt, staat een tiental schapen te grazen in een ronde afrastering. Maarten legt de groep uit hoe het hoeden van een kudde in zijn werk gaat. “Voor de schapen is de hond een wolf die wij getemd hebben. Als je de hond zou laten doen, zou ze de dieren op mijn grote teen bij elkaar brengen. Van nature spiegelt de hond dus mijn positie ten opzichte van de kudde.”

Vervolgens ontstaat iets wat we moeilijk anders kunnen omschrijven dan een ballet tussen mens, hond en schapen. Met een combinatie van bevelen, gefluit en lichaamstaal krijgt Maarten de kudde precies waar hij ze hebben wil. “Als ik een bevel geef, heeft dat een intonatie. Fluiten is zonder emotie, waardoor de hond beter luistert.”
Een kudde hoeden is de balans opzoeken tussen de dieren vrij laten (zodat ze rustig in natuurgebieden kunnen grazen) en hen beperken (zodat ze geen voortuintjes leeg vreten). Als afsluiter mag de groep dat in de praktijk brengen. De afrastering rond de kudde wordt vervangen door een menselijke cirkel.
Flapperen en stampen
“Door je groter te maken, schrik je de schapen af”, legt Maarten uit. “Dat effect kan je nog versterken door met je armen te flapperen of op de grond te stampen. De kudde gaat dan dicht bij elkaar kruipen om bescherming te zoeken.” Deelnemers halen de innerlijke beer in zichzelf naar boven, de cirkel wordt groter en kleiner, de schapen gaan van de ene kant naar de andere.

Tijd voor de omgekeerde oefening. “Door je klein te maken, kan je de schapen net naderen. Probeer nu eens zo dicht mogelijk in hun buurt te geraken en contact te maken.” Enkele deelnemers slagen er, tot hun eigen groot genoegen, zelfs in om enkele voorzichtige aaien te geven.
De boeiende namiddag wordt neergelegd met een fris drankje en biohapjes. De reacties van de deelnemers liegen er niet om. “Hoe mens, hond en kudde samenwerken en elkaar begrijpen, dat is een echte kunst.” “Wat een gedreven team!” “Een inspirerende langetermijnvisie op het gebruik van grond.”
Bekijk alle foto’s 
Foto’s © Bart Van der Moeren























































