Samen
naar beter
Naar je stem zoeken, ondanks een beatboxverbod. Naar jezelf zoeken en nooit geleerd hoe. Opgroeien als wees, van instelling naar instelling, altijd opnieuw beginnen en opboksen tegen racisme, bureaucratie en werkloosheid. Daarover gaat SERDI. Studenten en professionals uit de welzijnssector maakten op 19 februari in de aula van Thomas More kennis met het indrukwekkende levensverhaal van Serdi in zijn gelijknamige theatervoorstelling.
“Er was een jongen in het park die muziek maakte zonder instrumenten, met alleen zijn mond. Dat wou ik ook kunnen. Ik was 10 jaar. Toen ik de eerste keer applaus kreeg, ben ik verslaafd geraakt aan het beatboxen. Vijf jaar later zat ik in De Waai. Dat is een observatiecentrum, maar het voelde als een jeugdgevangenis. Op een dag werd er gestemd voor een beatboxverbod. Als straf belandde ik in de isoleercel. Twee raampjes, een bed, een lavabo. Ik was razend kwaad. Hoezo, een beatboxverbod? Maar toen kwam ik er achter dat er een goede akoestiek was in die cel. Ze wilden mijn stem afpakken, maar ik heb er alleen maar harder door geoefend.”
Met dit verhaal opent Serdi Faki Alici zijn voorstelling SERDI. Het is een ijskoude februariavond, maar de aula van Thomas More in Geel loopt aardig vol met studenten van de opleiding Sociaal Werk en beroepsmensen uit de brede welzijnssector. “De professionals van vandaag én morgen”, noemt Thomas Baeckens van de Rode Antraciet hen in zijn inleiding. De vzw die zorgt voor sport en cultuur in de gevangenissen is naast Avansa Kempen een van de partners die Serdi naar Geel bracht. “En jullie, de professionals uit de welzijnssector, zijn precies de mensen waar Serdi voor wou spelen.”

Omdat ik het u zeg
Serdi schildert anekdotes op het podium, vooral uit zijn jeugd. Daarin gaat hij naadloos van geanimeerd verteller over extatische performer tot razende muziekmachine. Zo herinnert hij zich zijn verblijf in een open instelling in Oostakker. In de gemeenschappelijke ruimte wou hij een croque monsieur maken, dus vroeg hij dat beleefd aan mevrouw Bernadette. “Nee”, was het antwoord. De reden? “Omdat ik het u zeg.” Die zinsnede begint Serdi live te mixen tot indrukwekkende beats die doordringen tot achteraan in de aula.
Zo ontplooit zich langzaam maar zeker het levensverhaal van de hoofdrolspeler. “Ik haat het getal zes. We waren met zes kinderen thuis, drie jongens en drie meisjes, ik ben twintig jaar jonger dan de rest. Mijn ouders zijn overleden in de zesde maand, toen ik zes jaar oud was. In mijn laatste herinneringen neuriet mijn moeder mij in slaap terwijl we over een snelweg in Turkije razen. Zes maanden later werd ik in het AZ Sint-Lucas wakker.” Hartverscheurend is het a cappella gezang in verschillende lagen dat hierop volgt. De Turkse tekst drukt Serdi’s onbegrijpelijk verdriet uit, letterlijk en figuurlijk.

Aanklacht tegen Paola
De voorstelling vormt een aaneenschakeling van aanklachten. Tegen Hare Majesteit Paola, voor wie de jonge Serdi een dansje mocht opvoeren in het jeugdhuis. Nadien vroeg Paola hem of hij Belg was. Nadat hij “ja” antwoordde, draaide de koningin zich om naar de andere kinderen. “Had ik een fout antwoord gegeven? Of was mijn dansje niet goed genoeg?” Een aanklacht tegen de dood van zijn ouders. Tegen mevrouw Bernadette. En tegen verplaatsingen. “Altijd nieuw zijn, altijd de ander, tot je niemand meer bent. Ik heb zoveel tijd verloren met telkens opnieuw vrienden te maken dat ik me nog altijd een kind in een te groot lichaam voel.”
Serdi klaagt ook zijn familieleden aan. Zijn oudste broer die hem een kaarttruc toonde en door te ruiken op zoek ging naar zijn kaart, “een donkere kleur, een licht teken…”. In een scène van uitersten switcht Serdi vlekkeloos van een bijna lieflijk familietafereel naar fysieke en mentale mishandeling binnen een gezin. Serdi’s zussen ontvluchten hun broer door te trouwen. Maar zijn zus die zijn voogd werd, huwde met een man die Serdi niet moest hebben. Serdi werd op een bus gezet richting het internaat, met als enige bezit de kleren die hij aan had. “Ik vroeg wanneer ik terug mocht, en ze zeiden ‘straks’. Die straks duurde eindeloos lang. Ik heb alleen maar eenzaamheid gekend. Na school moest ik altijd alleen naar ‘huis’. Dat deed pijn, dat was het ergste.
Wanneer woorden niet volstaan om zich uit te drukken, kiest Serdi voor bewegingen, geluiden en muziek. Gelukkig gloort er hier en daar hoop aan de horizon. Serdi lanceert een oproep aan de staat, om de wachtlijsten in de jeugdzorg weg te werken en de menselijkheid terug te brengen. “Want hulp krijgen betekent het verschil tussen vallen en opstaan, tussen verdwijnen en gehoord worden.” Dat weet Serdi uit ervaring. Aan het einde van zijn voorstelling brengt hij een ode aan zorgverleners en aan het theater. “Hier, op dit podium, ben ik niet meer wat mensen van me maken, maar heb ik het zelf voor het zeggen. Het kind dat niemand wou hebben, komt thuis op de scène.”

Begin te bullshitten
Na het applaus is er tijd voor vragen uit het publiek. Die zijn er ruimschoots. Hoe is bijvoorbeeld vandaag zijn band met zijn broers en zussen? “Ze zijn natuurlijk allemaal ouder. Mijn zus die mijn voogd was, was vooral geïnteresseerd in mijn kindergeld. Niemand van hen wou iets met me te maken hebben tot ik 24 was. Toen haalde ik namelijk de kwartfinale van Turkey’s Got Talent. Ik had hen terug in mijn leven aanvaard, maar na een jaar kwam ik opnieuw bedrogen uit. Daarna heb ik hen opnieuw gehoord toen ik de Creatiebeurs Jonge Makers van Theater Aan Zee won,want daar hing 10.000 euro aan vast. In de aanloop naar de première van dit stuk heeft mijn zus de productie bedreigd. Dus ja…”
Waarom wou Serdi zo graag zijn voorstelling voor professionals uit de welzijnssector brengen? “Omdat ik jullie de ogen wil openen. Ik weet dat mijn verhaal voor de meeste hier een ver-van-mijn-bedshow is. De beste psycholoog heeft zelf meegemaakt wat jij meemaakt en is daar ook uit gekropen. Laat mensen dus niet gewoon vertellen, maar luister en toon begrip.” Nog een vraag uit het werkveld: waar zit voor Serdi het verschil tussen positieve en negatieve hulpverlening? “Voor mij waren dat de begeleiders die echt met mij inzaten.. Dus mijn advies is: help met je hart, probeer dat kind te begrijpen en er voor hem of haar te zijn. Ga in gesprek, begin te bullshitten, doe er leuke dingen mee. Dan gaat hij je zien als zijn zonneschijn en naar jou terug komen.”

Thuis in het theater
Een van de aanwezigen is benieuwd of hij nog contact heeft met de opvoeders die dat verschil voor hem hadden gemaakt. Serdi vertelt dat hij SERDI maakte voor NT Gent. “NT Gent is een groot productiehuis, dus wilden ze weten met wie ze in zee gingen. Op zoek naar mensen die mijn verhaal konden bevestigen, vonden ze Jo,, mijn individueel begeleider in de Waai. Nadat hij de voorstelling had gezien, heeft hij me details verteld die ik zelf verdrongen had.”
Oprecht blij werd Serdi van de laatste vraag. “Wat theater voor mij betekent? Voor mij was het een moment waarop ik even niet moest denken aan mijn problemen. Dit is mijn thuis. Voor mijn eerste optreden had ik zoveel plankenkoorts. Die viel volledig weg op het podium. Hier kan ik alles zijn. Die eerste keer voelde ik zoveel plezier en liefde dat ik wist ‘dit wil ik voor de rest van mijn leven doen’. Ik ben dankbaar voor wat ik heb meegemaakt, anders zou ik niet de mens zijn die ik nu ben. En ik ben nog nooit zo gelukkig geweest. Al mijn dromen zijn uitgekomen, en meer.”
Serdi raakt en laat je nadenken als hulpverlener, als mens, als deel van de maatschappij.
Reacties van aanwezige studenten en professionals:
“Heel mooi verhaal, prachtig gebracht vanuit geraaktheid en heel oprechte, doorleefde emoties”.
“Door de voorstelling heb ik geleerd dat het enorm belangrijk is om niet altijd ‘juist’ te handelen volgens de boekjes, maar om echt te luisteren naar het verhaal van je cliënt en actief in te zetten op authentieke verbinding.”
“Serdi heeft de krachten en pijnpunten van hulpverlening mooi kunnen benoemen, waardoor we dit ook echt kunnen gebruiken in ons werk.”
Bekijk de foto’s 
Foto’s © Nancy Vermeylen
SERDI is een organisatie van Netwerk DIALOOG Kempen (Avansa Kempen, De Rode Antraciet en Moderator) in samenwerking met Thomas More-Campus Geel – Sociaal Werk en Welzijnszorg Kempen.
Wie doet het?
Dit kan ook interessant zijn:
Dankzij DIALOOG hebben we nu een goed functionerend netwerk. Het zou te gek zijn als we dat nu laten vallen.
Het project DIALOOG is afgelopen. Drie jaar lang werd in Vlaanderen hard gewerkt aan hoe we in onze…
Als individu kán je iets doen. Eén vlam verlicht een kamer.
Racisme is een draak met veel koppen. Het kan verschillende vormen en gedaantes aannemen, van gewelddadig tot bijna…


































