Samen
naar beter
Na amper vier edities van Broodje Burger heeft de formule zijn deugdelijkheid al afdoende bewezen. “Een onmisbaar instrument om inspiratie op te doen en informatie uit te wisselen over participatie,” zeggen politici en medewerkers in koor. “Deelnemen aan een Broodje Burger is een goeie investering. De tijd die het je kost, verdien je bij het eerstvolgende participatieproject al dubbel en dik terug.”
Burgerparticipatie is al veel jaren niet meer weg te denken in de lokale politiek. Toch is het een erg broos en fragiel gegeven waar zowel burgers als politici en hun administratie nog moeten leren mee omgaan. Dat is waar Broodje Burger, een initiatief van Avansa Kempen, op het toneel verschijnt.
SUCCESFORMULE

“We hebben nu vier edities georganiseerd,” zegt Janna Janssens van Avansa Kempen. “Het doel is mensen samenbrengen die bezig zijn met participatie en daar honger naar hebben. We richten ons daarbij tot politici en medewerkers van lokale besturen, niet tot de burger, wat voor Avansa Kempen best wel vreemd is. Deze keer proberen we de burgers te bereiken via de lokale overheden en de participatieprojecten. Zo’n Broodje Burger draait altijd rond een centraal thema. Dat is bijvoorbeeld al communicatie geweest, of samenwerken met burgers of het voorbereiden van een participatieproject. We behandelen dat centrale thema, maar we voorzien daarnaast ook altijd nog veel tijd om informatie uit te wisselen en vragen te stellen. Dat kan over alle aspecten van participatie gaan. Gemiddeld hebben we 30 deelnemers voor een Broodje Burger. Daar zijn we heel tevreden mee. Maar er is nog groeimarge. Na elke verkiezing, bij elke nieuwe legislatuur, zien we dat burgerparticipatie belangrijker wordt. Ik verwacht dat ook in 2024.”
Noortje Geerts is beleidsdeskundige bij de dienst Vrije Tijd in gemeente Grobbendonk. “Broodje Burger is superinteressant voor iedereen die rond participatie werkt,” zegt ze. “Voor we het uitvoerig over de inhoud zullen hebben, wil ik al kwijt dat de naam zeer goed en slim gevonden is. Participatie is zo’n beladen woord. Broodje Burger klinkt fris en uitnodigend. We hebben de naam zelfs half gestolen in Grobbendonk. In onze gemeente noemen we ons nieuw participatief project ‘Grobbendonks Gebak’.”
Jo Spiessens is participatieambtenaar in Stad Herentals en daarmee één van de drie participatieambtenaren in de Kempen (lees: arrondissement Turnhout). “Het probleem met de term participatie is dat iedereen er al mee aan de haal ging nog voor er werk van gemaakt werd. Iedereen geeft er een eigen invulling aan. Daarom was het inderdaad verstandig om voor de naam Broodje Burger te kiezen.”
KOUDWATERVREES

Participatie. Het is een begrip waarmee je voorzichtig moet omspringen. “Het is een dunne lijn waarover je moet lopen,” zegt Janna Janssens. “Een goed participatieproject is altijd een meerwaarde voor iedereen: voor burgers en besturen. Maar met een fout of een slecht voorbereid project zet je twee stappen achteruit in plaats van één vooruit. Participatie is een mes dat aan twee kanten snijdt. Daarom is het zo belangrijk iedereen er goed over te informeren.”
Jo Spiessens: “Mensen mogen vooral geen verkeerde verwachtingen hebben. Het speelveld en de lijntjes waarbinnen gekleurd mag worden, moeten heel duidelijk op voorhand aangegeven worden. Geef mensen niet het idee dat ze mee mogen beslissen als dat niet zo is. Als een bestuur enkel de mening van de burger wil kennen, maar uiteindelijk toch zelf de touwtjes in handen wil houden, dan is daar niks op tegen. Maar dat moet dan wel correct gecommuniceerd worden. Mensen verstaan vaak onder participatie dat zij mogen zeggen wat er moet gebeuren. Dat is niet altijd het geval. Het niveau van participatie is bij elk traject anders.”
“Die koudwatervrees bij besturen om de eindbeslissing in handen van de burger te leggen, begrijp ik wel,” zegt Marlon Pareijn, schepen van participatie, mobiliteit, jeugd en onderwijs in Stad Geel. “Besturen willen niet afgerekend worden op beslissingen die ze niet zelf genomen hebben. Toch moet je dit als bestuur ook kunnen loslaten. Zolang je maar duidelijk communiceert en uitlegt waarom je de eindbeslissing bij de burger legt, zoals bij het project Burgerbudget in Geel.”
MACROVRAGEN

Een goede voorbereiding is het halve werk. Dat geldt voor alles, en in het bijzonder voor participatieprojecten. Janna Janssens: “Je kan als bestuur heel veel problemen voorkomen door je tot in detail voor te bereiden. Dat doe je door jezelf 5 vragen te stellen: waarover wil je het precies hebben? Wat wil je bereiken met je participatieproject? Wie wil je bereiken? In hoeverre wil je de burger betrekken? En hoeveel tijd en middelen ben je bereid te investeren? Als je daar sluitende antwoorden op kunt geven en je deelt die mee aan de burgers bij het begin van je project, dan voorkom je al heel wat mogelijke misverstanden. Wat natuurlijk nog niet wil zeggen dat je uiteindelijk een beslissing zult nemen die door 100% van de bevolking gedragen wordt.”
“Klopt,” vult Jo Spiessens aan, “maar zonder participatie heb je dat ook niet. Het doel van participatie is ook niet iedereen gelijk te geven of iedereen tevreden te stellen.” Schepen Marlon Pareijn illustreert het met een voorbeeld. “We deden in Geel enkele participatieprojecten rond veiligere schoolomgevingen. Bij één ervan waren zowel leerkrachten als kinderen en hun ouders erg tevreden over een proefopstelling die participatief tot stand was gekomen. Alleen de buurtbewoners waren er niet over te spreken. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een compromis waar de betrokken burgers konden mee leven. De buurtbewoners hebben zelf kunnen vaststellen hoe en waarom de ‘gulden middenweg’ tot stand kwam. Deze ‘lightversie’ van het oorspronkelijke idee dat uiteindelijk gerealiseerd is, botst op veel minder weerstand dan wanneer er geen participatietraject doorlopen zou zijn.”
Noortje Geerts vult aan: “Het laatste Broodje Burger, dat de macrovragen als centrale thema had, was pure winst voor mij. Ik had de dag nadien al een vergadering over een nieuw project. Het was een copy-paste: ik heb letterlijk alles wat ik de dag voordien opgestoken had over de voorbereiding van een participatieproject daar op tafel kunnen leggen. Deelnemen aan een Broodje Burger vraagt enkele uren van je tijd. Maar die verdien je dubbel en dik terug.”
PARTICIPATIEAMBTENAREN

Iedereen heeft de mond vol over burgerparticipatie, maar dat er slechts bij 3 van de 27 Kempense gemeenten een participatieambtenaar in dienst is, maakt duidelijk hoeveel werk er nog op de plank ligt.
“Dat is waar,” zegt Janna Janssens, “maar participatie staat of valt niet met een participatieambtenaar. Het gaat niet om de titel. Binnen een gemeentelijke administratie moeten genoeg mensen aan de slag mogen en willen gaan met participatie.”
Marlon Pareijn is het daarmee eens, maar maakt toch een kanttekening. “Ik zou toch willen dat er in Geel volgend jaar een participatieambtenaar komt. Dan heb je een vast aanspreekpunt, over de diensten heen. Nu zie je soms dat de ene dienst wel gelooft in participatie, maar een andere minder. Een participatieambtenaar is dan goed geplaatst om te proberen ook die mensen te overtuigen die nog niet mee zijn met het verhaal.”
Foto’s © Chris Stessens
