Samen
naar beter
Dat was de boodschap op 5 december, niet toevallig de ‘Internationale Dag van de Vrijwilliger’ tijdens het jaarlijks netwerkevenement van Avansa Kempen. Politicoloog Bart Van Bouchaute werd uitgenodigd om te bekijken of en hoe het middenveld zijn rol van luis in de pels van de politiek nog kan spelen. Een panel met Bart Gaublomme (provinciaal directeur van beweging.net), Lieven Janssens (burgemeester van Vorselaar en bestuurskundige verbonden aan de UA) en Elke Plovie (docent ‘Burgerschap en participatie aan de UCLL en stafmedewerker ‘politisering’ bij SAM) ging daar dieper op in, om in het Kempense dialect te besluiten: “Er is veel goesting. Overal en vollenbak.”
Vormingplus ontstond in 2003 en veranderde in 2021 zijn naam in Avansa. Bij een twintigste verjaardag hoort natuurlijk taart, maar Avansa Kempen vond zo’n jubileum daarnaast ook een mooie gelegenheid om aan zelfreflectie te doen en het middenveld – en dus ook zichzelf – in vraag te stellen, vooral als het gaat om de politieke rol die het opneemt.
Politicoloog Bart Van Bouchaute is alvast positief: “Er zijn obstructies en uitdagingen. Het middenveld wordt niet altijd voldoende erkend, maar het leeft. Er broeit van alles. Er is heel veel mogelijk!”
“Het klassieke middenveld vervult drie functies. Er is een sociale functie en een dienstverlenende. Het is goed om vandaag de derde functie, de politieke, onder de loep te nemen. Want vooral die functie staat onder druk, zowel intern als extern. Intern vragen mensen zich onder het motto ‘Doe waar je goed in bent’ wel eens af of het niet beter is bij de sociale en de dienstverlenende rol te blijven, en de politiek te laten voor wat ze is. Ook van buitenaf is er kritiek als het middenveld te politiek wordt. Een vaak gehoord argument daarvoor is dat het middenveld daar geen mandaat voor heeft, en geen verkozen vertegenwoordigers.”

Streven naar het onhaalbare
“Het middenveld is van oorsprong heel erg verzuild,” schetst Van Bouchaute de geschiedenis. In de jaren 60 van de vorige eeuw nam de verzuiling sterk af en verschoof de klemtoon van ideologische achtergrond naar pragmatiek. In de jaren 70 nam het middenveld nieuwe vormen aan: er ontstonden actiegroepen en bewegingen. Dat zorgde voor een nieuwe dynamiek, waar de overheid mee moest leren omgaan en dat zorgde wel eens voor strubbelingen. Het stof was nog niet helemaal neergedaald toen in de jaren 90 het Vlaams Blok voor een ‘zwarte zondag’ zorgde. Niet alleen voor de politiek, ook voor het middenveld was dat een schok. Plots kreeg het middenveld de taak toebedeeld om te zorgen voor meer sociale cohesie. De overheid en het middenveld werden bondgenoten in een poging om de verzuring van de maatschappij tegen te gaan. Het gevolg daarvan was natuurlijk dat het middenveld veeleer een bevestigende dan een kritische rol vervulde. Tot op de dag van vandaag vervult het die rol nog steeds. Het middenveld overlegt met de overheid en neemt de taak op zich om het cement in de samenleving te zijn. Daar is niks mis mee, integendeel. Alleen is daardoor de andere taak, namelijk kritisch zijn en luis in de pels zijn, wel wat ondergesneeuwd. Die rol moet het middenveld weer nadrukkelijker oppakken. Het moet zich meer met ‘het politieke’ bezig houden en minder met ‘de politiek’. Er is een wezenlijk verschil tussen de twee: de politiek probeert te regelen en organiseren wat haalbaar is, terwijl het politieke buiten de lijntjes durft te kleuren en nadenkt over wat voorlopig nog onhaalbaar is.
Econoom en politicoloog Riccardo Petrella stelt dat als we ooit oplossingen willen vinden voor de grote wereldproblemen, we eerst zullen moeten nadenken over een mondiale welvaartstaat. Dat klinkt utopisch en onhaalbaar, maar Petrella countert dat: honderd jaar geleden leken een 38-uren werkweek, stakingsrecht, algemeen stemrecht, gratis onderwijs en nog een pak andere ‘utopieën’ ook onhaalbaar. Maar dat utopische denken, dat nauw verwant is met het politieke denken en met het luis in de pels durven zijn, staat onder druk.”
“Toch is er hoop,” besluit Van Bouchaute. “Burgerinitiatieven schieten als paddenstoelen uit de grond, mensen komen op voor hun rechten en zetten hun bezorgdheden op de agenda. Je ziet het overal en op verschillende manieren, in oude en nieuwe structuren.”
Bekijk de presentatie van Bart Van Bouchaute
Botten in de modder

Moderator Gie Van den Eeckhaut start het panelgesprek met de vraag aan Bart Gaublomme hoe beweging.net de druk op het middenveld ervaart en of de organisatie er nog in slaagt luis in de pels te zijn.
Bart Gaublomme: “Die rol vervullen we nog. Vijf jaar geleden schreven we een tekst met de boodschap dat we geen chihuahua zijn: geen aaibaar hondje dat je in je handtas kan steken en dat je zelfs amper hoort als het blaft. Dat zegt alles over de rol die we onszelf nog steeds toebedelen. Die politieke rol staat onder druk; dat klopt. We hebben klappen gekregen en daar herstellen we nog van. Maar aan de basis is er niks veranderd. De bedoeling en de overtuiging om luis in de pels te zijn, zijn nog aanwezig. Ik zie dat veel organisaties maatregelen nemen om de vinger weer beter aan de pols te houden. Ik denk bijvoorbeeld aan de netwerkcoördinatoren bij de CM, aan de zonepropagandisten bij de vakbond, aan de maatschappelijke innovatoren bij beweging.net.

Ze hebben allemaal hetzelfde doel: voelsprieten uitsteken en vastleggen wat er leeft bij de basis. Dat moet natuurlijk een eindpunt krijgen in landelijke discussies en op politieke agenda’s. Maar de machinerie, de kennis en het netwerk om dat te verwezenlijken is overeind gebleven. Toch zeker binnen het klassieke middenveld. Daarbuiten moeten we nog onderzoeken hoe we de stemmen van burgers kunnen opvangen, en hoe we ook daar een plaats aan kunnen geven.”
Elke Plovie: “Dankzij mijn werk bij SAM herken ik de problemen van het klassieke middenveld en het gebrek aan tijd dat er is voor basiswerk. Ik deel in het positivisme van Bart. Ik merk ook dat binnen de organisaties hard gezocht wordt naar manieren om bij mensen te gaan en te weten wat er leeft, en om die vertaalslag te maken naar een breed politiek debat. Wat dat betreft, is het middenveld heel erg in beweging.”

Burgemeester Lieven Janssens is een politicus die het middenveld omarmt. “Ik ben er rotsvast van overtuigd dat kritiek je besluitvorming beter maakt. De politiek alleen zal geen oplossing vinden voor de problemen inzake armoede, stikstof, mobiliteit, transitie, klimaat… Daar moeten we iedereen bij betrekken. Dat is de moeilijkste weg. Daar ben ik me van bewust. Het probleem van de betonstop en open ruimte bijvoorbeeld los je niet op aan een bureau, dat los je op met je botten in de modder: met alle partners samen rond de tafel.”
Participatie claimen
Gie Van den Eeckhaut wil weten of ook het nieuwe middenveld, zoals de vele burgerinitiatieven die al zijn ontstaan, algemeen gehoor vinden.
Elke Plovie: “De meeste burgerinitiatieven ontstaan vanuit een verontwaardiging rond een bepaald thema. Sommige nemen een politieke rol of, andere niet. Burgerinitiatieven zijn vooral sterk in het openen van een publiek debat. Op die manier zijn ze luis in de pels. Maar je kan je de vraag stellen hoe ‘nieuw’ dat middenveld is. We merken vaak dat de kartrekkers van burgerinitiatieven mensen zijn die uit het klassieke middenveld komen. Vaak is het trouwens de witte middenklasse. Ook het nieuwe middenveld heeft nog een stap te zetten om andere klassen, andersdenkenden en anderstaligen aan te spreken. De moeilijkheid is dat je dat slecht kunt ‘organiseren’. Je kan mensen niks opleggen, want dat werkt averechts. We moeten ertoe komen dat ook die moeilijk bereikbare mensen zelf hun participatie ‘claimen’. Daar moeten we hen op de ene of andere manier duwtjes voor in de rug geven.”

Lieven Janssens: “Het lokale bestuur staat het dichtst bij de mensen en is van alle overheden dus het meest aangewezen om inspraak te faciliteren. Maar in die nabijheid schuilt ook een gevaar: het gevaar om te mislukken. Een participatief beleid voeren kost tijd, geld, energie en mensen. Je hebt daar deskundigheid voor nodig. Als de participatie die je probeerde te bekomen mislukt; dan heb je schade berokkend. Dan heb je de kloof tussen burger en politiek alleen groter gemaakt. “Zie je wel? Ze vragen onze mening en ze doen er toch niks mee,” is dan de terugkerende klacht. Zorg dus dat je beslagen op het ijs komt als je een participatief beleid voert. Het moet dus goed en grondig gebeuren, maar ik blijf erbij dat de lokale besturen de ideale participatiepartners kunnen zijn. Zij kunnen dat maatwerk leveren. Net zoals op andere domeinen zijn de huidige lokale besturen daar nu echter nog erg kwetsbaar in. Ze missen vaak die specifieke kennis en capaciteit. De nodige expertise en schaal hoeft dus contradictorisch te zijn met die nabijheid. Wel integendeel.”
“Daar heeft het middenveld een rol te spelen,” vult Bart Gaublomme aan. “Al moeten we nadenken over de manier waarop we dat doen. Sommige structuren zijn verouderd, denk maar aan de gemeentelijke adviesraden. Die moeten zich heruitvinden. Daar zit ongelooflijk veel expertise in, maar vaak hebben ze een gefixeerde plaats in het besluitvormingsproces. Gooi die positie niet weg, maar gebruik ze beter. Er is eerder een transformatie nodig dan een revolutie.”
De vraag is hoe overheden met die nieuwe vormen van inspraak zullen omgaan. “Dat hangt van de inhoud af,” zegt Elke Plovie. “We merken dat de meeste gemeentebesturen het prima vinden als een burgerbeweging een buurtbarbecue organiseert en daarbij nieuwe inwoners wil betrekken. Maar als er een forum over woningbeleid georganiseerd wordt door enkele wakkere burgers, beginnen een paar schepenen al meteen op hun stoel te schuifelen. Ze vinden het niet fijn dat hun expertise, ervaring en kennis zomaar in twijfel getrokken kan worden door een paar burgers.”
Burgemeester Lieven Janssens: “Het is juist verrijkend om inzichten uit te wisselen. Als beide partijen mekaars expertise en inzichten respecteren, kom je tot goede beslissingen. Ook bij moeilijke debatten zoals schaalvergroting hebben we veel ervaring met inspraak. Waar je de tijd neemt om burgers eerst ook inzicht te geven in de intrinsieke bestuurskracht van een bestuur, kom je tot heel andere adviezen dan zomaar een referendum te organiseren zonder een voorafgaand informatietraject. Inspraak zonder inzicht geeft uitspraak zonder uitzicht.”
















































