Samen
naar beter
Cementkoning Martin Verbeeck, een (vergeten) wereldburger uit de Kempen
| 28 april 2026
Hij zette de kroon op de Aswandam in Egypte, werd in Amerikaanse kranten aangekondigd als “de Europese cementkoning” en legde mee de basis voor wereldspelers zoals CBR, Sibelco en Foresco. Toch lijkt de naam Martin Verbeeck tussen de plooien van de geschiedenis verdwenen. Avansa Kempen zet mee haar schouders onder het Verbeeckjaar. Initiatiefnemer Jan Aerts geeft tekst en uitleg.
Jan Aerts: “Ik ben met pensioen gegaan in volle coronaperiode. Zo kon ik me verdiepen in de klei- en cementnijverheid aan het kanaal Dessel-Schoten. Ik ben geboren en getogen in Ravels en heb die fabrieken nog gesloopt zien worden. Tijdens mijn onderzoek botste ik telkens op dezelfde naam: Martin Verbeeck.”
“Verbeeck was eigenaar van domein ’t Zwart Goor in Merksplas. De cementrustieken toegangspoort is ondertussen honderd jaar oud en toe aan een restauratie. Onze Verbeeckgroep heeft geprobeerd de nodige middelen bij elkaar te brengen, maar dat is niet gelukt. Met de ruim dertig activiteiten tijdens het Verbeeckjaar hopen we alsnog in ons opzet te slagen.”

Op een warme lenteavond dompelt Jan Aerts de aanwezigen onder in het levensverhaal van de Desselse industrieel Martin Verbeeck. “Onbekend is onbemind, terwijl ik er van overtuigd ben dat Verbeeck een belangrijke Kempenaar was – misschien zelfs de grootste van honderd jaar geleden. Hij was actief in openbare werken, houtwinning, cementfabrieken, in heel Europa en zelfs het Midden-Oosten. Vandaar dat ik hem een wereldburger uit de Kempen noem.”
Van het bier naar het zand
Martin Verbeeck werd in 1882 in Dessel geboren als brouwerszoon. “Het familiebedrijf Hopbloem werd opgericht door zijn grootvader, die ook Martin heette”, vertelt Jan. “Later werd dat Verbeeck & Minnen en, in 1929, Campina. In mijn jeugd dronk ik graag Golding Campina, ’t bier der fijnproevers. Eind jaren 1980 werd de brouwerij overgenomen en stopgezet. Vandaag bevindt de administratieve zetel van de gemeente Dessel zich aan het Campinaplein, waar ook het embleem van de brouwerij nog te zien is.”
Toch bouwde Martin Verbeeck niet mee aan het verhaal van Campina. “Hij wou liever zijn eigen weg zoeken en liet de brouwerij over aan zijn broer Edmond. Via de familie van zijn moeder belandde Martin in de witzandwinning. Zij waren betrokken bij de Sablières et Carrières Réunis, Martin was betrokken bij de oprichting van de Nouvelles Sablières de Moll. Zowel SCR als NSM zijn voorlopers van Sibelco.”

Met dank aan haar nonkel Henri de Vel, die woont in Retie, leert Martin de tien jaar jongere Maria Senden kennen. In 1913 stappen ze in het huwelijksbootje. “Henri de Vel en zijn echtgenote waren kinderloos en ontfermden zich over Martin in hun herenhuis de Lindeboom op de markt van Retie. Maria was de dochter van jeneverstoker Franz Senden uit Rekem. Zijn stokerij is vandaag een museum.”
Aannemer en ondernemer
Het jonge koppel verhuist naar Turnhout en later Antwerpen. Ze krijgen zes kinderen: Freddy, Betty, Paul, Cleo, Annie en Emmy. “Henri de Vel was eigenaar van de cementfabriek Loën in Lixhe, bij Visé. Onder zijn invloed wordt Verbeeck ondernemer en aannemer van openbare werken. Zo legt hij een van de eerste Europese betonbanen, tussen Vlimmeren en Vosselaar. Die wordt wel kapotgereden door het zware militaire verkeer tijdens de Eerste Wereldoorlog. Toch voert hij heel wat wegenwerken uit in de Kempen, onder meer in Geel.”
Martin Verbeeck legt één van de eerste Europese betonbanen, tussen Vlimmeren en Vosselaar.
Verbeeck was gefascineerd door de natuur. Arnold de Vel was zoals zijn broer Henri, actief in de bosbouw en houtwinning voor mijnhout. “Samen met Arnold is Martin Verbeeck medeoprichter van Foresco in Turnhout. Dat heeft vandaag zijn hoofdzetel in Genk en is een van de grootste pallettenfabrikanten van West-Europa. De voormalige gronden van Foresco in Turnhout zijn nu de nieuwe wijk Niefhout.”
Pannenhoef en Zwart Goor
Op zoek naar nieuwe bosgrond komt Verbeeck na de oorlog op domein ’t Zwart Goor in Merskplas. “Dat koopt hij met zijn winst uit de houtverkoop. Verbeeck gebruikt het hoevekasteeltje op ’t Zwart Goor als zomerresidentie voor zijn gezin. Samen met de Pannenhoef in Poppel heeft hij zo 1.200 hectare bosgrond in zijn bezit. De Pannenhoef koopt hij over van senator Verhaegen, beter bekend als de Rode Baron. Verbeeck laat er loodsen, magazijnen, stallen en een villa bouwen – allemaal in hout, natuurlijk. In 2019 was er nog een stevige brand. De mooie toegangspoort met duiventoren is beschermd.”

’t Zwart Goor is een klein paradijs op aarde voor het gezin Verbeeck. “Ze hadden een tennisveld, speelhuisjes, een moerput als zwemvijver… De kinderen gingen paardrijden en hadden een aapje als huisdier. Hun gouvernante was de moeder van de latere dokter Paul Janssen. Er zijn foto’s waarop het gezin gaat bootjevaren, met Verbeeck strak in het kostuum, net als tijdens een vakantie aan het strand – altijd klaar om te werken.”
Ondernemen zit Verbeeck in het bloed. Zelfs in zijn vrijetijd kan hij het niet laten. “Het Kempens Landbouwbedrijf is zijn favoriete hobby. Op de domeinen van de Pannenhoef en ’t Zwart Goor doet hij aan landbouw, tuinbouw, veeteelt en bloementeelt. Zo is hij de eerste in de Kempen die zijn koeien laat weiden. De directeur van het Kempens Landbouwbedrijf, August de Boodt, wordt later Minister van Wederopbouw.”
Van Turnhout tot Egypte
Martin Verbeeck maakt kennis met de Waalse cementfabriek van Henri de Vel. Dat geeft hem duidelijk zin in meer. Hij is een van de ongeveer twintig notabelen die La Bonne Espérance in Turnhout en Oud-Turnhout oprichten. De overname van de Cimenteries et Briqueteries de Raevels leidt tot het ontstaan van de Cimenteries et Briqueteries Réunis (CBR). Op ongeveer tien jaar tijd komt er een tiental fabrieken bij de groep bij. In 1993 werd ze overgekocht door het Duitse HeidelbergCement, vandaag de op een na grootste cementfabrikant ter wereld.
“In België was Verbeeck op zijn grenzen aan het stuiten”, aldus Jan Aerts. “In Maastricht richt hij ENCI op, de Eerste Nederlandse Cement Industrie. Dat wordt de grootste cementfabriek van Europa, met een productie van 900.000 ton per jaar. In 2010 is het stopgezet, omdat de grondstoffen uitgeput waren. Via ENCI maakt Verbeeck kennis met de Zwitserse familie Schmidheiny, actief in het bankwezen en cement. Zo beschikt hij over de middelen om verder internationaal uit te breiden, in Nederland, Duitsland, Spanje, Noord – en Zuid-Amerika, tot zelfs in het Midden-Oosten.”
De overname van de Cimenteries et Briqueteries de Raevels leidt tot het ontstaan van de Cimenteries et Briqueteries Réunis (CBR). Op ongeveer tien jaar tijd komt er een tiental fabrieken bij de groep bij.
Wanneer hij hoort dat de Egyptische koning Fouad I voor de tweede maal de Aswandam op de Nijl laat verhogen, richt Verbeeck het eerste Egyptische cementbedrijf op in Tourah. “Hij had toen al fabrieken in Libanon en Beiroet. Met zijn cement wordt de dam meer dan vijftig meter verhoogd. Wanneer hij New York bezoekt, kondigt een krant hem aan als de Europese cementkoning.”
Beurscrash
Verbeeck blijft ondernemen met de cementnijverheid als vertrekpunt. “Zijn firma Manusac produceert papieren zakken om cement, maar ook meststoffen in te vervoeren”, vertelt Jan. “Manusac was oorspronkelijk gevestigd in Vilvoorde en zit vandaag in Casablanca. Voor overzeese transporten zijn dan weer houten vaatjes nodig. Die komen uit eigen kuiperijen in Rijkevorsel en Niel. Op een bepaald moment heeft Verbeeck meer dan tachtig schepen in vaart. Om die te onderhouden, koopt hij een scheepswerf in Kruibeke.”
Door de beurscrash van 1929 geraakt Verbeeck de Amerikaanse cementmarkt kwijt. Het faillissement van zijn bank dwingt hem bovendien om afstand te doen van zijn troetelkindje CBR. Toch blijft Verbeeck niet bij de pakken neerzitten. Hij neemt aan het begin van de Tweede Wereldoorlog twee failliete steenbakkerijen over. Hij koopt nog enkele andere steenbakkerijen. Al gauw ontstaat een nieuwe groep, het Algemeen Bouwbedrijf. Het gezin is ondertussen verhuisd van Antwerpen naar Kapellenbos. Daar overlijdt Martin Verbeeck in 1959.

Het Verbeeckjaar loopt nog tot en met 31 maart 2027 en omvat onder meer een reizende tentoonstelling die te zien is in tien Kempense gemeentes en verschillende lezingen door Jan Aerts en Herman Janssen. Het resultaat van zijn onderzoek naar de ambitieuze industrieel bundelde Jan in de gratis brochure ‘Martin Verbeeck, Wereldburger uit de Kempen’.
Bekijk de foto’s van de opening 
Het Verbeeckjaar opende feestelijk op vrijdag 24 april in het AC Ter Plaetse in Dessel – gebouwd op de site van de oude brouwerij Campina. De opening werd bijgewoond door familie van Martin Verbeeck, burgemeester Kris Van Dijck, de leden van de heemkundige kringen en de werkgroep ‘Martin Verbeeck’, partners van het project en genodigden.
Foto’s © Jef Floren








