Samen
naar beter
Burgerparticipatie neemt aan belang toe. Om tot breed gedragen beslissingen te komen, raadplegen overheden steeds vaker de burger. Dat kan op veel manieren gebeuren. Een van de methodes waar vandaag volop mee geëxperimenteerd wordt, is loting. Het is perfect mogelijk om een participatietraject op te zetten via loting. Maar wat zijn de voordelen daarvan en waar liggen de valkuilen? Evelyne Deceur begeleidde in Gent enkele participatietrajecten waarbij burgers geloot werden.

Evelyne Deceur maakt deel uit van de dienst ‘Beleidsparticipatie’ van de Stad Gent. “Ons team zet enerzijds in op stadsbrede, participatieve trajecten, anderzijds zijn er wijkregisseurs, die een soort brugfiguur vormen tussen de burgers, organisaties en het beleid. Gent is onderverdeeld in 25 wijken, die qua grootte variëren van ongeveer 2.000 tot 20.000 mensen.”
“Belangrijk is dat we niet alleen samenwerken met burgers en beleidsmakers, maar ook met bedrijven, verenigingen, organisaties, kennisinstellingen én … met mensen die je nooit hoort. Dat zijn burgers die niet verenigd zijn, geen deel uitmaken van een groep of nergens vertegenwoordigd zijn. Noem het gerust de mensen die altijd tussen de mazen van het net vallen als je op welke manier dan ook burgers gaat selecteren. Het is uiteraard belangrijk om ook de stem van die mensen te horen en mee te nemen. Die groep, die ook wel de stille meerderheid genoemd wordt, is trouwens talrijk. Loting is een manier om hen te betrekken. Het doel van het werk van de dienst ‘Beleidsparticipatie’ is om alle Gentenaars de kans te geven om mee te zeggen, mee te denken, mee te doen en mee te beslissen. Daarvoor is het nodig dat participatie niet ‘ad hoc’ wordt bekeken of niet per project. Participatief werken moet verankerd zijn in alle geledingen van de stadsorganisatie.”
(verder lezen onder de foto)

Het burgerkabinet
Evelyne gaat dieper in op de burgerloting en neemt twee cases die ze begeleidde onder de loep. “Het ‘Burgerkabinet’ was grootschalig opgezet. 150 Gentenaars mochten hun zeg doen over het pas ingevoerde stedelijke mobiliteitsplan. Om tot die groep van 150 te komen, hebben we eerst een algemene oproep gelanceerd via een brede communicatiecampagne: ‘Wie wil zijn mening geven over het circulatieplan?’ Daarop reageerden 808 mensen. We hanteerden een aantal criteria om die burgers verder onder te verdelen. Uit welke zone of wijk komen ze en welk vervoersmiddel gebruiken ze het meest? Daarnaast, maar wel ondergeschikt, vonden we ook criteria als leeftijd, opleidingsniveau, geslacht en herkomst belangrijk. Door gebruik te maken van die criteria kwamen we tot een diverse groep. Het lot bepaalde uiteindelijk welke 150 mensen gekozen werden.”

Het ‘Burgerkabinet’ bleek geen onverdeeld succes. Zo verloren deelnemers gaandeweg hun interesse. Van de 150 starters bleven er uiteindelijk maar 44 over. “Daar waren verschillende redenen voor,” evalueert Evelyne. “Om te beginnen was het onderwerp politiek heel beladen en de meningen waren erg gepolariseerd. Nu, acht jaar later, wordt er in Gent nog altijd over het mobiliteitsplan gekibbeld. Dat woog ook op de werking van het Burgerkabinet. Hoewel rond de gesprekstafels voor- en tegenstanders elkaar wel konden vinden rond een aantal gemeenschappelijke bezorgdheden, bleef de algemene teneur zeer verdeeld. Ten tweede was de timing slecht. Burgers vragen wat ze van een beslissing vinden wanneer die al genomen is, wekt een gevoel van schijnparticipatie. Bovendien slaagden een aantal actiegroepen erin om meer druk te zetten op de genomen maatregelen dan de leden van het Burgerkabinet. Terwijl de samenkomsten nog liepen, werd het circulatieplan hier en daar al bijgestuurd, waardoor de impact van de adviezen van het Burgerkabinet onduidelijk was. Ten derde leerden we dat enkele groepen ondervertegenwoordigd waren in het ‘Burgerkabinet: jongeren, mensen met een beperking en mensen met een migratieachtergrond hadden zich beduidend minder kandidaat gesteld.”
(verder lezen onder de foto)

De Wijkpanels

Tweede keer goede keer? Evelyne Deceur begeleidde ook het project ‘Wijkpanels’, waarbij burgers mee mochten beslissen hoe een voorzien Wijkbudget voor hun wijk besteed kon worden. Ook daarbij werd geloot om tot de uiteindelijke selectie te komen.
“De selectie gebeurde in twee stappen. In de eerste stap schreven we per wijk 500 ‘at random’ gekozen bewoners aan, rekening houdend met een aantal criteria. Zo wilden we ongeveer evenveel mannen als vrouwen, we wilden mensen met een migratieachtergrond en van verschillende leeftijden bereiken en we streefden ook naar een geografische spreiding, zodat niet één straat toevallig oververtegenwoordigd zou zijn. Die 500 bewoners kregen elk een brief in de bus met gelukwensen omdat ze waren uitverkozen om deel uit te maken van een wijkpanel. Bijna 7% van hen ging op de uitnodiging in. Dat blijkt, in vergelijking met gelijkaardige projecten elders, internationaal, heel veel te zijn.”
“De tweede stap bestond eruit om uit de groep van geïnteresseerden, een zo representatief mogelijke groep per wijk samen te stellen. Bij de brief die we verspreidden, stak ook een antwoordkaart waarbij we vroegen om, naast hun geslacht, leeftijd en adres, ook hun geboortenationaliteit, de geboortenationaliteit van beide ouders (Belg of niet-Belg) en hun gezinssituatie (alleenstaand of niet alleenstaand) te schetsen. Uiteindelijk lootten we per wijk 20 leden. De wijkregisseur bracht alle gekozenen persoonlijk op de hoogte.”
(verder lezen onder de foto)

Een onkostenvergoeding
“De vergaderingen van de wijkpanels waren goed georganiseerd. Doorgaans werd vijf keer samengekomen. Tijdens het eerste moment werd iedereen geïnformeerd over het hoe en waarom van de wijkpanels en het Wijkbudget. Daarna werden de ideeën besproken en konden de initiatiefnemers hun idee pitchen, om uiteindelijk te komen tot het selecteren van de projecten. Best wel een intensief traject, waarbij je ook een grote inspanning vraagt van de burgers die er vrijwillig aan deelnemen. Stad Gent besliste dan ook om een onkostenvergoeding te voorzien voor de panelleden. Een goed idee, vind ik. Het gaat niet zozeer over dat geld, want een groot bedrag is dat niet. Maar het is een goeie manier om te tonen dat je de inspanningen respecteert.”
Het nadeel van loting is dat het erg intensief is. Dat hoeft je niet af te schrikken. Maar weet waar je aan begint en bereid je goed voor. Dat is de gouden regel. – Evelyne Deceur

“De wijkpanels waren een groot succes,” concludeert Evelyne. “Er waren weinig uitvallers. Bijna iedereen die zich in het begin kandidaat stelde, bleef tot het einde. De manier om tot de uiteindelijke selectie van burgers te komen, wierp zeker zijn vruchten af. We bereikten veel mensen die we nooit eerder hadden gezien op een vergadering of bijeenkomst: mensen die tot de zogenaamde ‘stille meerderheid’ behoren. Daarnaast waren er ook andere factoren die bijdroegen tot het succes. Zo waren de finaliteit van het project en het mandaat van de panelleden van meet af aan duidelijk. De deelnemers wisten wat ze kwamen doen en waar ze naartoe werkten. Na elke tussenstap werd het schepencollege op de hoogte gebracht. De burgers ervaarden het als een grote meerwaarde om samen het beste project voor hun wijk te mogen kiezen.”
“Het nadeel van deze werkwijze is dat het erg intensief is. Dat hoeft je niet af te schrikken. Maar weet waar je aan begint en bereid je goed voor. Dat is de gouden regel.”
(verder lezen onder de foto)

Bereik van de stille meerderheid
Na de uiteenzetting van Evelyne Deceur verdeelden de aanwezigen zich in twee groepen. De ene groep verdiepte zich verder in het lotingprincipe. De andere groep werd meegenomen in het stappenplan dat je best volgt om een project waarbij loting als methodiek wordt gebruikt, op te zetten.
In beide groepen leverde dat boeiende gespreksstof op. Zo werd de vraag gesteld of de adviesraden in Gent zich niet gepasseerd voelden als burgers ineens worden uitgeloot om hun mening te geven? Evelyne: “Dat is nooit een item geweest. De adviesraden en een loting kunnen perfect naast elkaar bestaan. Een participatieproject met loting is altijd aflopend, terwijl de adviesraden structureel ingebed zijn in het stadsorgaan.”
Het grote voordeel van loting is dat je er de ‘stille meerderheid’ mee bereikt. – Evelyne Deceur
“Het grote voordeel van loting is dat je er de ‘stille meerderheid’ mee bereikt. De mensen die je anders nooit ziet of hoort, maar die natuurlijk evengoed als iemand anders wél een mening hebben. Ik heb nog altijd geen volwaardig alternatief gezien dat die mensen bereikt.”
Katrien Loots, Avansa Kempen, besluit: “Belangrijk om te onthouden is dat loting enkel een manier is om tot een resultaat te komen. Niet het doel op zich. Daarom blijft het belangrijk om eerst antwoorden te formuleren op vragen als ‘Wat willen we bereiken en wie willen we bereiken?’ Afhankelijk daarvan beslis je of je met loting wil werken of niet.”
Aan de slag? Avansa Kempen helpt je op weg.
Avansa Kempen biedt alle lokale besturen uit de Kempen vormingen aan waarin de macrovragen stap voor stap worden uitgewerkt. Op die manier bereid je je als lokaal bestuur perfect voor op projecten waarin je burgers betrekt.
👉 Meer weten? Kijk op www.burgersbetrekken.be en contacteer ons!
Bekijk de foto’s 
Foto’s © Chris Stessens




















